Wat zijn de gevolgen van het coronavirus (COVID-19) voor ondernemers?

De gevolgen van het coronavirus zijn op dit moment voor iedereen wereldwijd merkbaar. Grote onzekerheid omtrent de duur van maatregelen omtrent het virus en steeds nieuwe verscherpte maatregelen zorgen voor veel vragen bij ondernemers. Veel gestelde vragen zijn:

Picture Laura – Del, CC https://www.flickr.com/people/20519310@N04/.
  1. Kan ik een beroep doen op overmacht als ik vanwege deze omstandigheden niet kan nakomen?
  2. Kan ik een beroep doen op de onvoorziene omstandigheden als ik vanwege deze omstandigheden niet kan nakomen?
  3. Geldt een overeengekomen boetebeding tijdens het coronavirus?
  4. Dekt de verzekering de schade voor een periode van stillegging van het bedrijf of annulering van evenementen ten gevolge van het coronavirus?
  5. Kan ik nog een aandeelhoudersvergadering houden na de oproep tot social distancing en het verbod om samen te komen in één ruimte?
  6. Wat is het effect op mij als koper in een bedrijfsovername?
  7. In hoeverre kan ik als ondernemer een beroep doen op steunmaatregelen van de Nederlandse overheid?

In het onderstaande stuk proberen wij antwoord te geven op deze meest gestelde en de belangrijkste vragen betreffende de onderneming en het coronavirus. Heeft u daarna nog verdere vragen over uw specifieke situatie of contracten of andere vragen omtrent de juridische gevolgen van het coronavirus, dan helpen wij u graag. Neemt u dan gerust contact op met Wintertaling Advocaten & Notarissen.


 

 

  1. Overmacht

Het uitgangspunt in de Nederlandse wet is dat afspraken (in contracten of mondeling) dienen te worden nagekomen. Indien dit niet gebeurt kunnen daar diverse gevolgen aan verbonden zijn, zoals onder andere de schadevergoedingsverplichting in art 6:74 BW. Een vraag die bij veel ondernemers rijst is of zij een beroep kunnen doen op overmacht als zij zelf niet kunnen nakomen door (de maatregelen rond) het Coronavirus?

Er zijn drie manieren waarop een beroep kan worden gedaan op overmacht:

  • De wettelijke regeling;
  • Een specifieke overmachtsclausule in een commercieel contract; en
  • Een bepaling in van toepassing zijnde algemene voorwaarden;

 

Wettelijke regeling

In het Nederlandse recht bepaalt art 6:75 BW wat de omstandigheden zijn waaronder de niet-nakomende partij zich kan beroepen op overmacht. Dit artikel stelt dat van overmacht sprake is indien een tekortkoming in de nakoming niet aan een partij kan worden toegerekend, noch krachtens zijn schuld, de wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvatting voor zijn rekening dient te komen. Heel simpel gezegd, als je door externe factoren tekort bent geschoten en dit jou niet kan worden verweten, is sprake van overmacht. Een geslaagd beroep op overmacht naar Nederlands recht is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval en heeft daarmee een hoge drempel. In alle gevallen dient voor een geslaagd beroep op overmacht de niet-nakomende partij aan te tonen dat:

  • nakoming onmogelijk is geworden;
  • onmogelijkheid van nakoming niet aan die partij te wijten is, noch aan haar schuld;
  • gevolgen van onmogelijkheid redelijkerwijs niet kunnen worden voorkomen;
  • onmogelijkheid onvoorzienbaar was op het moment dat het contract werd gesloten; en
  • wet noch overeenkomst bepalen dat de niet-nakoming voor haar rekening dient te komen.

Belangrijk hierbij op te merken is dat de wettelijke regeling van overmacht ziet op de situatie waarin het voor de schuldenaar onmogelijk is om na te komen. De regeling dekt echter niet alle gevolgen voor de contractspartijen die door  gewijzigde omstandigheden zich in een andere positie bevinden dan toen ze de overeenkomst zijn aangegaan. Bijvoorbeeld: als door het coronavirus een schaarste ontstaat ten aanzien van de import van producten uit China, zal de Nederlandse elektronicaverkoper zich ten opzichte van zijn klanten niet kunnen beroepen op overmacht omdat de inkoopprijs omhoog is gegaan en hij dus geen winst meer zal maken. Het ontbreken van een winstmarge maakt het immers feitelijk niet onmogelijk om de producten te leveren. Een uitzondering op dit uitgangspunt geldt bijvoorbeeld als de schuldenaar niet op de hoogte is of onbekend is met zijn verplichtingen.

 

Specifieke overmachtsclausule

In veel (commerciële) contracten is een overmachtsclausule (ook wel material adverse change (MAC), force majeure-of act-of-god clausule, hoewel juridisch niet altijd geheel hetzelfde) opgenomen. De partijen bij een overeenkomst kunnen met deze clausule het wettelijke overmachtsbegrip contractueel uitbreiden of beperken. Of het huidige coronavirus onder een overmachtsclausule valt is afhankelijk van de formulering van deze bepalingen in het contract en/of de algemene voorwaarden. Overmachtsclausules kunnen ziektes, epidemieën of quarantainemaatregelen specifiek als omstandigheden voor een geslaagd beroep op overmacht benoemen. Vaker wordt echter volstaan met een algemene omschrijving van de omstandigheden: `Alle van buitenaf komende oorzaken waarop het bedrijf geen invloed heeft.` In deze laatste gevallen is het echter nog geen uitgemaakte zaak of ook de uitbraak van het coronavirus onder de overmacht omstandigheden valt. Het is dus verstandig om naast deze algemene ´catch-all’ bepaling, (branche)specifieke externe risico’s te benoemen, wat overigens wel onderwerp van onderhandelingen kunnen zijn – zo wensen Amerikaanse partijen die met Nederlandse partijen contracteren graag overstromingen (‘flooding’) te vatten onder het MAC-begrip, omdat dit slecht verzekerbare risico’s zijn.

 

Algemene voorwaarden

Indien in de kernbepalingen van de overeenkomst geen overmachtsclausule is overeengekomen kan in sommige gevallen worden teruggevallen op de algemene voorwaarden. Voor toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is vereist dat deze deel uitmaken van de overeenkomst, en dus zijn aangeboden door één partij en zijn aanvaard door de wederpartij. Het is wettelijk niet vereist dat een wederpartij de algemene voorwaarden ook daadwerkelijk heeft gelezen voordat deze hieraan gebonden is, waarbij voor handel met consumenten weer strengere eisen gelden.[1]

Een voorbeeld van een overmachtsclausule in algemene voorwaarden is:

“15.1. Geen van de partijen is gehouden tot nakoming van enige verplichting uit een overeenkomst indien zij daartoe gehinderd wordt door overmacht. Onder overmacht wordt onder meer verstaan een niet-toerekenbare tekortkoming in de nakoming van verplichtingen, waaronder overstromingen, brand, oververhitting, stof, terroristische aanslagen en/of oorlogshandelingen.

15.2. Indien de overmachtsituatie langer dan negentig (90) dagen heeft geduurd, hebben partijen het recht de overeenkomst met onmiddellijke ingang schriftelijk te beëindigen, zonder dat partijen over en weer gehouden zijn tot enige schadevergoeding. Hetgeen reeds ingevolge de Overeenkomst is gepresteerd wordt door partijen pro-rato afgerekend.”[2]

 

Een haalbaar verweer?

Ten aanzien van het coronavirus kan geen eenduidig antwoord worden gegeven op de vraag of een tekortkoming in de nakoming als gevolg van het coronavirus een geslaagd beroep op overmacht oplevert. Dit zal per geval anders zijn – zo kan men bedenken dat een verstrekker van een SaaS-dienst zich niet snel hierop kan beroepen, maar wellicht een pakkettendienst die tijdelijk verlegen zit om bezorgers wel.

 

Gevolgen op politiek niveau

De Franse minister van Economie, Financiën en Justitie, Bruno le Maire, heeft aangekondigd dat boetes niet betaald zullen hoeven worden wanneer een geslaagd beroep op overmacht kan worden gedaan. Een geslaagd beroep naar Frans recht houdt in dat er voldaan is aan drie voorwaarden: onvoorzienbaarheid, de omstandigheden moeten buiten de macht van contractspartijen liggen en zij moeten leiden tot een onmogelijkheid om de overeenkomst na te komen.[3] Daarmee is het Franse systeem vergelijkbaar met het Nederlandse.

Een vergelijkbare maatregel heeft de Chinese Council for the promotion of International Trade afgeroepen waarin ook (Chinese) contractspartijen zich bij niet-nakoming ten gevolge van het coronavirus kunnen beroepen op overmacht.

De Nederlandse overheid heeft zich tot op heden niet uitgelaten over een beroep op overmacht.


 

 

 

  1. Onvoorziene omstandigheden

Meer ligt het voor de hand om een beroep te doen op onvoorziene omstandigheden. Het zal namelijk vaker voorkomen dat de voorwaarden waaronder het oorspronkelijke contract gesloten is, onredelijk zijn in de huidige situatie, dan dat er feitelijke onmogelijkheid tot presteren is. Deze onvoorziene omstandigheden zijn geregeld in art 6:258 BW en vormen een uitwerking van de zogenaamde beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid van art 6:248 lid 2 BW. Met ‘onvoorzien’ wordt niet bedoeld dat er omstandigheden zijn opgetreden die ten tijde van het sluiten van het contract niet voorzienbaar waren, maar dat er omstandigheden zijn opgetreden waarin het contract niet ‘voorziet’.

Deze omstandigheden moeten ertoe leiden dat het onaanvaardbaar is om het contract ongewijzigd in stand laten. Dat betekent dat er een hoge drempel geldt: wanneer nakoming van het contract ‘slechts’ ongewenst is, is dit niet voldoende om het contract te wijzigen. Een beroep op onvoorziene omstandigheden moet terughoudend worden aanvaard.

Normaal gesproken houdt dit in dat een economische crisis niet als onvoorziene omstandigheid kan worden aangevoerd, omdat prijsschommelingen nu eenmaal bij het ondernemingsrisico horen. Dit is anders wanneer een zodanige verstoring van de waardeverhouding plaatsvindt dat van een verdisconteerd risico niet meer kan worden gesproken. Dat laatste is het geval als een partij door de onvoorziene omstandigheid bij een gelijkblijvend contract in grote financiële en/of bedrijfseconomische problemen zou komen te verkeren. In dat geval kan wel een beroep op onvoorziene omstandigheden worden gedaan.

Wanneer een beroep op onvoorziene omstandigheden kan worden gedaan, gaat het er uiteindelijk om dat de rechter het door de onvoorziene omstandigheid verstoorde evenwicht herstelt, met oog voor de gewijzigde situatie. Het contract wordt dan door de rechter op een zodanige wijze aangepast, dat het risico voor de partij die zich succesvol op de onvoorziene omstandigheden mag beroepen, kan worden beperkt. Een uitgangspunt daarbij is dat het nadeel 50/50% wordt verdeeld.


 

 

 

  1. Boetebeding

Met enige regelmaat komen in commerciële contracten ook boetebedingen voor waarin wordt bepaald dat een partij een boete krijgt wanneer sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming (wanprestatie). De formulering van het boetebeding in het contract bepaalt hoe en wanneer een contractspartij een boete verschuldigd is. In de huidige situatie kan het coronavirus het nakomen van verplichtingen belemmeren en daarmee de werking van het boetebeding activeren. In die gevallen dat contractspartijen zich beroepen op het boetebeding kunnen deze worden bestreden voor de rechter met de volgende argumenten:

(i) het boetebeding dient buiten toepassing te worden verklaard op grond van de redelijkheid en billijkheid;

(ii) de hoogte van de boete dient gematigd te worden om dat de billijkheid dit eist.

Bovendien kan een succesvol beroep op overmacht (zie onder overmacht) betekenen dat wellicht geen sprake is van wanprestatie. Zoals hierboven aangegeven heeft de Nederlandse wetgever of rechter zich nog niet uitgelaten over een specifieke Corona-situatie waarin een beroep op een boete wordt gedaan.


 

 

 

  1. Verzekering

Kan uw onderneming de bedrijfsverzekering aanspreken voor de schade die ontstaat door een significante daling van de productie of zelfs sluiting van uw onderneming als gevolg van het coronavirus? Een bedrijfsschadeverzekering biedt vaak kortdurende dekking voor de daling van het inkomen van het bedrijf als gevolg van schade of verlies aan de gebouwen van het bedrijf.

De schade ten gevolge van een grote uitbraak van ziekten, zoals het coronavirus is hier vaak van uitgezonderd. Dit betekent dat – afhankelijk van de omstandigheden van het geval – de schade, afname van de productie en periode van sluiting van het bedrijf, als gevolg van het coronavirus waarschijnlijk niet gedekt wordt door deze verzekeringen. Zo valt te lezen in de voorwaarden van de bedrijfsschadeverzekering  van de Rabobank/Interpolis dat nadelige gevolgen naar aanleiding van virussen niet vergoed worden.[4] Ook Nationale Nederlanden verzekert geen schade die wordt veroorzaakt door het Corona virus nu er geen sprake is van “materiele schade´´.[5]

Daarnaast zullen de Nederlandse horecabedrijven enkel open mogen indien ze hun maaltijden laten afhalen of bezorgen. Tevens zijn evenementen waar mensen samenkomen verboden als gevolg van de huidige regelgeving.[6] Indien geen geslaagd beroep op overmacht kan worden gedaan voor deze annuleringen zal de ondernemer voor de schade aansprakelijk worden gesteld. Hierdoor rijst de vraag of de ondernemer zijn schade kan verhalen op een verzekering.

In dat geval zijn er meerdere mogelijkheden: zo zou bijvoorbeeld een beroep kunnen worden gedaan een aansprakelijkheidsverzekering, een annuleringsverzekering, een evenementenverzekering of een kredietverzekering.

Of deze verzekeringen ook zullen vergoeden indien een evenement wordt geannuleerd ten gevolge van het coronavirus is afhankelijk van de geldende polisbepalingen. Vragen die de ondernemer na moet gaan zijn:

  • hoe is het verzekerde evenement beschreven in de polisbepaling?
  • is overheidsingrijpen voor annulering vereist?
  • is schade door een uitbraak van epidemieën of pandemieën uitgesloten?
  • wat is de hoogte van de verzekerde som?
  • wat is uw eigen risico?
  • wat is de schade en het totaal aan kosten dat is gedekt in geval sprake is van een verzekerd evenement?

In de praktijk zullen sommige polisbepalingen schade als gevolg van annulering door uitbraak van ziekte en in de gevallen van epidemieën en pandemieën uitsluiten. Dit betekent dat in de huidige situatie niet alle schade als gevolg van annulering van de evenementen vanwege het coronavirus gedekt zal worden.


 

 

 

  1. Aandeelhoudersvergadering

De oproep aan iedereen om zich zoveel mogelijk te houden aan social distancing en het verbod op bijeenkomsten van 100 mensen hebben mogelijk ook gevolgen voor vergaderingen van aandeelhouders (AV’s).

In de Nederlandse wet geldt geen minimum voor het aantal personen dat aanwezig dient te zijn bij een aandeelhoudersvergadering. In theorie is de aanwezigheid van één aandeelhouder voldoende. De statuten kunnen echter een uitzondering maken op dit minimum, en bij vennootschappen met meerdere aandeelhouders is dit voor bepaalde besluiten ook vaak het geval. Bekijkt u dus uw statuten nog eens goed voordat u de AV bijeenroept.

Een andere mogelijkheid om tegemoet te komen aan de oproep van social distancing is het organiseren van een digitale AV. Dit bekent bijvoorbeeld het organiseren van een AV door middel van een conference call, Skype, Facetime of Zoom. Art 2:227a BW bepaalt dat Indien een vennootschap gebruik wil maken van een digitale aandeelhoudersvergadering de statuten dit expliciet moeten toestaan. Vaak wordt in de statuten volstaan met de zinssnede `(..) dat iedere aandeelhouder bevoegd is om, in persoon of bij een schriftelijk gevolmachtigde, door middel van een elektronisch communicatiemiddel aan de algemene vergadering deel te nemen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen.´ Naast een expliciete bepaling in de statuten dient ook aan andere vereisten te worden voldaan: zo moeten de aandeelhouders ook via het elektronische communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd, rechtstreeks kennis kunnen nemen van de vergaderingen en daarin hun stemrecht uitoefenen.

Tenslotte biedt de Nederlandse wet in art 2:238 BW ook de mogelijkheid voor besluitvorming buiten de AV, ofwel een schriftelijke besluitvorming. Wel moeten álle aandeelhouders instemmen met deze wijze van besluitvorming – voor de goedkeuring van het besluit gelden dan weer de ‘gewone’ statutair voorgeschreven meerderheidsvereisten.


 

 

 

  1. M&A

Bij overnamecontracten wordt regelmatig gebruik gemaakt van MAC-clausules (material adverse change). Het doel van deze MAC-clausules is bescherming van de koper tegen materiele verslechtering van de (financiële) positie van de doelwitvennootschap in de periode tussen signing (sluiten van de koopovereenkomst) en completion (leveren van de aandelen) voor zover deze momenten uit elkaar liggen bijvoorbeeld om goedkeuring te krijgen van de ACM. De formulering van de MAC-clausule is leidend bij het bepalen of een bedrijfsonderbreking door het coronavirus onder de MAC-clausule valt. Een voorbeeld van een MAC clausule is: ´De plicht van de Verkoper om tot Levering over te gaan is onderworpen aan de volgende eisen voorafgaand aan Completion: (…) dat sinds de datum van deze Overeenkomst geen MAC heeft plaatsgevonden.´ Nu maar hopen dat de advocaten de MAC-clausule zo hebben geformuleerd dat het Coronavirus eronder valt.[7]

Overigens worden MAC clausules over het algemeen zó geformuleerd dat oorzaken buiten het bedrijf niet onder de uitzonderingen vallen. Naar ons idee valt dan ook de algemeenheid van de Corona-crisis meestal niet onder de uitzondering. Dan moeten wij weer terug naar de algemene Nederlands recht begrippen overmacht en onvoorziene omstandigheden (zie boven).

Voorbeeld van een MAC clausule:

A Material Adverse Change is an adverse effect relating specifically to the Companies, which is materially adverse to the Group Business and leads to a significant deterioration of the net consolidated operational annual results of the Companies, other than an effect or change that is (i) related to information made available for the due diligence investigation, (ii) applicable to economies in general or the industry in which the Companies operate, (iii) the result of a change in applicable law, case law and/or generally accepted accounting or tax principles, (iv) the result of an instruction by or approval of Buyers, (v) political conditions (including changes arising out of acts of terrorism, sabotage, armed hostilities or war), weather conditions or other force majeure events, (vi) any loss of, or adverse change in the relationship with, employees, customers or suppliers of the Group Business directly or indirectly caused by the announcement of the Transaction or any other transactions contemplated by this Agreement, whereby in all events the adverse effect shall be balanced against any positive effects or changes which have occurred since that date

In goed Nederlands:

Een Belangrijke Tegenslag is een tegenslag specifiek in verhouding tot de Vennootschappen die een uitwerking heeft op de Groepsonderneming en leidt tot een belangrijke verslechtering van het netto geconsolideerde groepsresultaat in de jaarrekening van de Vennootschappen, anders dan zaken die (i) betrekking hebben op zaken waarover is geïnformeerd tijdens het due diligence onderzoek, (ii) de economie als geheel aangaan of de bedrijfstak waarin de Vennootschappen opereren, (iii) het gevolg zijn van een verandering in de wet, relevante jurisprudentie of algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen of fiscale grondslagen, (iv) het gevolg zijn van een opdracht of een instemming van de Kopers, (v) bestaan uit politieke omstandigheden (waaronder begrepen wijzigingen die voortvloeien uit terrorisme, sabotage, gewapende conflicten of oorlog), weersomstandigheden of andere overmachtssituaties, (vi) voortvloeien uit verliezen of tegenslagen in de verhouding met medewerkers, klanten, leveranciers van de Groepsonderneming onmiddellijk of middellijk veroorzaakt door de aankondiging van dee Transactie of enige transactie voorzien in deze Overeenkomst, en waarbij in alle gevallen de verslechtering zal worden verminderd met enige positieve gevolgen die sinds de datum van de tegenslag zijn opgetreden.


 

 

 

  1. Overheidsmaatregelen

Uit het bovenstaande blijkt dat veel vragen omtrent het effect van (de maatregelen rond) het coronavirus nog onduidelijk zijn of specifiek per situatie dienen worden te bekeken. De Nederlandse overheid heeft echter aangekondigd een pakket aan maatregelen te nemen om de economische gevolgen van het coronavirus op te vangen.[8] Alle maatregelen die het kabinet heeft genomen om werkgelegenheid te behouden waar ondernemers en bedrijven gebruik van kunnen maken staan opgesomd op de website van de Rijksoverheid.[9] Twee belangrijke noodmaatregelen die bedrijven en ondernemers een steuntje in de rug kunnen geven tijden het coronavirus zullen hieronder worden uitgelicht.

Eén van de maatregelen is het versneld openstellen van de verruimde borgstelling midden- en kleinbedrijf regeling (hierna: BMKB) [10]. Deze regeling is operationeel sinds 16 maart 2020 en zal gelden tot 30 juni 2022. Bedrijven kunnen de BMKB benutten als overbruggingskrediet of ter verhoging van hun rekening-courantkrediet, ofwel het bedrag dat zij ‘rood’ mogen staan. Deze verruiming is essentieel voor de liquiditeit van kleinere ondernemers die nu door het coronavirus inkomsten of productie zullen mislopen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: ministerie EZK) staat via de BMKB-regeling borg voor de kredieten aan ondernemers, zodat zij gemakkelijker geld kunnen lenen. Ondernemers kunnen hiervoor terecht bij kredietverstrekkers. In de reguliere regeling betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de bank verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet. Met deze verruimingsmaatregel wordt de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75%. Daardoor kunnen banken makkelijker en sneller krediet verruimen en hebben bedrijven de mogelijkheid om eerder en meer geld te lenen.

Een tweede noodmaatregel waaraan wordt gewerkt is de opstelling van een nieuwe Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW).[11] Deze maatregel zal een vervanging zijn van  de huidige werktijdverkortingsmaatregel (WTV) die per direct (op 17 maart 2020) is ingetrokken. Werkgevers van ondernemingen van iedere omvang (klein, midden, groot) kunnen met deze nieuwe maatregel een aanvraag indienen voor een ´substantiële tegemoetkoming in de loonkosten´.

De regeling houdt in dat werkgevers die naar aanleiding van het coronavirus te maken krijgen met tenminste 20% verwacht omzetverlies, bij het UWV voor en periode van 3 maanden een tegemoetkoming in de loonkosten kunnen aanvragen voor werknemers met vaste en flexibele contracten. Deze periode van 3 maanden kan daarna nog eenmalig met 3 maanden worden verlengd, hiervoor zal de werkgever mogelijk wel aan nadere voorwaarden moeten voldoen. De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is daarbij afhankelijk van het omzetverlies en zal maximaal 90% bedragen van de loonsom. Bijvoorbeeld bij het 100% wegvallen van de omzet zal de tegemoetkoming in de loonsom 90% zijn, bij 50% wegvallen van de omzet zal de tegemoetkoming in de loonsom 45% zijn. De werkgevers kunnen met deze tegemoetkoming hun werknemers ook in tijden van omzetverlies als gevolg van het coronavirus blijven doorbetalen. Daarbij zal deze nieuwe tegemoetkomingsregeling ook van toepassing zijn op de loonkosten voor werknemers met een oproepcontract en uitzendkrachten waarvoor de werkgever dus geen loondoorbetalingsplicht heeft. In de periode dat de werkgever tegemoetkoming ontvangt onder deze maatregel mag hij voor zijn werknemers in die periode geen ontslag aanvragen op grond van bedrijfseconomische redenen.

Op dit moment is het nog niet mogelijk een NOW-aanvraag in te dienen. Zodra datum van ingang van de NOW-regeling bekend is kunnen de aanvragen worden ingediend via het UWV. Wel is duidelijk dat de regeling zal zien op de omzetdalingen bij werkgevers vanaf 1 maart 2020. Vanaf 17 maart 2020 kan dus niet langer de werktijdverkorting worden aangevraagd, ten aanzien van reeds ingediende werktijdverkortings-aanvragen zullen deze alle worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de nieuwe regeling; mogelijk zal wel aanvullende informatie worden opgevraagd.

 

_______________________________

[1] Art. 6:232 BW jo. Art. 6:235 jo. Art. 6:233 sub B BW.

[2] https://www.parentix.nl/wp-content/uploads/2018/05/Algemene-voorwaarden-General-Terms-and-Conditions-v2_3-NL-EN-U….pdf.

[3] https://www.maire-info.com/coronavirus/covid-19-et-marches-publics-bruno-le-maire-encourage-la-reconnaissance-de-la-%C2%A0force-majeure–article-24010. Bruno le Maire spreekt wat betreft de vereisten voor overmacht over imprévisibilité, extériorité en irrésistibilité.

“Concrètement, si une entreprise de BTP “a un retard dans l’exécution de son contrat parce qu’elle n’arrive pas à se fournir en matières premières ou parce qu’elle a un certain nombre de ses salariés qui sont confinés”, elle pourra avoir du retard “sans aucune pénalité“, a-t-il illustré.” https://www.francetvinfo.fr/sante/maladie/coronavirus/coronavirus-comment-le-gouvernement-entend-il-aider-les-entreprises-face-a-l-epidemie_3858871.html.

[4] https://www.rabobank.nl/images/SVZ-PV-01-201_291008245.pdf

[5] https://www.nn.nl/Coronavirus-COVID19.htm#zakelijkeschadeverzekering

[6] Geldig met ingang van 23 maart 2020, zie website Rijksoverheid.

[7] Lees ook https://www.nrc.nl/nieuws/2020/03/19/het-grote-deal-breken-is-al-begonnen-a3994255.

[8] Kamerstukken II 2020, 20077147 (Kamerbrief van 17 maart 2020 inzake noodpakket banen en economie)

[9] Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/veelgestelde-vragen-over-coronavirus-voor-werkgevers/financiele-maatregelen.

[10] https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/03/17/coronavirus-kabinet-neemt-pakket-nieuwe-maatregelen-voor-banen-en-economie.

[11] https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/03/17/coronavirus-kabinet-neemt-pakket-nieuwe-maatregelen-voor-banen-en-economie.

Deze publicatie is geschreven door Esra Koopman en Stefan Flipse en Onno Cusell en Marein Smits en Thom Schölvinck en Tim Carapiet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *