Omzeilen ketenregeling met vaststellingsovereenkomst niet toegestaan – Jennifer Horsten

De Hoge Raad heeft op 9 januari 2015 geoordeeld dat het op voorhand omzeilen van de zogenaamde ketenregeling in een vaststellingsovereenkomst niet is toegestaan.

De ketenregeling houdt in dat indien meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden, de laatste arbeidsovereenkomst geldt als aangegaan voor onbepaalde tijd. Hoewel deze regeling per 1 juli a.s. door de Wet Werk en Zekerheid zal worden beperkt, blijft de ketenregeling ook onder de nieuwe wet nog steeds bestaan. Onder de WWZ mogen nog steeds drie arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd elkaar opvolgen, maar mogen deze contracten gezamenlijk niet de duur van 24 maanden overschrijden. Bovendien wordt de tussenpoos verlengd naar 6 maanden. Op de ketenregeling kan alleen een uitzondering worden gemaakt per cao of ministeriele regeling.

Wat speelde in de onderhavige zaak? Een werkgever had het maximaal aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten gesloten met een werknemer, maar wilde deze werknemer graag behouden. Hij wilde alleen niet de werknemer een contract voor onbepaalde tijd aanbieden. Daarom sloten zij nogmaals een contract, welke zou gaan gelden als een contract voor onbepaalde tijd, én tevens een vaststellingsovereenkomst waarin de beëindigingsdatum van het dienstverband voor in de toekomst was geregeld op basis van wederzijds goedvinden. Door middel van deze constructie werd de ketenregeling alsnog omzeild en zou de werknemer als het ware een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd hebben. Naderhand stelt de werknemer dat de gesloten vaststellingsovereenkomst nietig is.

Het Hof Den Bosch heeft in 2013 geoordeeld dat deze constructie rechtsgeldig was. De Hoge Raad ziet dit anders. De Hoge Raad overweegt daartoe dat ter voorkoming van een toekomstig geschil een vaststellingsovereenkomst kan worden gesloten, maar wanneer deze vaststelling in strijd is met dwingend recht deze alleen mag worden gesloten ter beëindiging van een reeds bestaand geschil. De werkgever had echter de vaststellingsovereenkomst gesloten ter voorkoming van een toekomstige onzekerheid of toekomstig geschil. Dat is nou juist niet toegestaan. Als dat wel was toegestaan dan zou men eenvoudig op voorhand de werking van dwingend recht kunnen uitsluiten en daarmee het dwingend karakter omzeilen.

Kortom: het wettelijk maximum van de ketenregeling laat zich niet zomaar op voorhand omzeilen.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Jennifer Horsten

HR 9 januari 2015, ECLI:NL:2015:39

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat