‘n Welkom bericht: per 1 juni 2019 de mogelijkheid van snel(ler) procederen in de zgn. bodemzaken!

Achtergronden van het waarom van een nieuwe vorm van sneller procederen:
Als er behoefte is aan een snelle beoordeling door een rechter dan kan daarvoor een kort geding worden gestart. Zo’n kort geding kan inderdaad op heel korte termijn plaatsvinden, in bijzondere gevallen zelfs binnen enkele uren, ’s avonds en in het weekend (!) als het spoedeisende belang voldoende acuut is.

Hoe goed de functie van het kort geding ook zijn moge, het zijn en blijven voorlopige toetsingen. Zeker bij complexere zaken kan volgens het wettelijk systeem de kortgedingrechter (officieel: de voorzieningenrechter) niet echt knopen doorhakken: de rechter mag namelijk geen constitutieve beslissingen nemen maar is in principe beperkt tot het treffen van voorlopige maatregelen/voorzieningen.
Hoewel de rechter daarin best ver kan gaan, en met tactisch/slim procederen in kort geding toch al best ver kan worden gekomen, knelt deze beperking in de praktijk toch behoorlijk vaak. Gedacht kan worden aan de beslissing die een rechtstoestand betreffen:
– heeft een partij contractbreuk gepleegd,
– is wanprestatie gepleegd,
– is een koop nu wel niet rechtsgeldig gesloten,
– is er nu wel of niet grond om een optierecht uit te oefenen,
– is een ontslag op staande voet rechtsgeldig gegeven,
– et cetera.
In dergelijke gevallen zijn partijen gedwongen om een bodemprocedure te voeren waarin wel juridische knopen worden doorgehakt. Partijen hikken daar dan begrijpelijkerwijs behoorlijk tegen aan: het voeren van een bodemprocedure kan soms lang duren, ook als beide partijen over en weer er juist behoefte bij hebben dat er snel een knop wordt doorgehakt.

Nieuw: de verkorte procedure:
In juni 2019 start het team Handel van de Rechtbank Amsterdam met een nieuwe procedure: de verkorte procedure.
Dit geldt voor ‘gewone’ handelszaken, ook die voor de kantonrechter. Beide partijen moeten worden bijgestaan door een advocaat of professionele gemachtigde.
Het minimum belang is € 5.000,- en het kunnen geen zaken betreffen die te ingewikkeld zijn of een zeer groot belang betreffen.

De verkorte procedure is een tussenvorm tussen het kort geding en de traditionele bodemprocedure.
De verkorte procedure is bedoeld voor bodemzaken die geen uitgebreide getuigenverhoren of deskundigenonderzoek vereisen.
Ze worden ongeveer hetzelfde behandeld als een kort geding. De zaak moet er echter volgens de rechtbank dan ook wel geschikt voor zijn: de behandeling in een verkorte procedure kan alleen op verzoek en de rechtbank moet dat verzoek inwilligen.
Een dergelijk verzoek gaat via een speciaal formulier zodat die aanvraag snel kan worden beoordeeld; op zo’n verzoek wordt door de rechtbank per omgaande beslist.

Spoedeisendheid is – anders dan bij kort geding – geen voorwaarde voor toelating tot de verkorte procedure. Omdat het een bodemzaak is kunnen niet alleen veroordelende, maar ook constitutieve en declaratoire beslissingen worden gegeven.

Alle partijen moeten met het in de vorm van verkorte procedure procederen, instemmen.
Partijen die normaal gesproken zouden moeten procederen voor een andere bevoegde rechtbank kunnen er gezamenlijk voor kiezen de zaak in de verkorte procedure bij de rechtbank Amsterdam aan te brengen (forumkeuze).

De zaak wordt na ontvangst van de concept-dagvaarding op zo kort mogelijke termijn ingepland op een zitting (comparitie na antwoord). Het verweer tegen de vordering dient uiterlijk twee weken voor de zitting in het bezit te zijn van de rechtbank en de eisende partij.
Komt er op de zitting geen schikking tot stand, dan wordt gestreefd naar een mondelinge uitspraak. Is ook dat niet mogelijk, dan wordt op een termijn van maximaal vier weken schriftelijk een bodemvonnis gewezen.

En voor de advocatenpraktijk best belangrijk: stukken kunnen per e-mail worden ingediend (en niet alleen per post of fax)!

Samengevat, de essentialia van de verkorte procedure:

– alleen bij zaken die dienen bij de rechtbank Amsterdam;
– alleen op gezamenlijk verzoek van de betrokken partijen;
– het moet een zaak betreffen die geen uitgebreide getuigenverhoren of deskundigenonderzoek vereist;
– de rechtbank moet de zaak voor de verkorte afhandeling geschikt achten;
– het verzoek moet vergezeld worden van een al uitgewerkte (concept) dagvaarding;
– als het verzoek wordt toegestaan dan bepaalt de rechtbank direct (en na afstemming met partijen) een mondelinge behandeling;
– uiterlijk 2 weken vóór de mondelinge behandeling moet het verweer zijn ingediend;
– de rechter kan op de mondelinge behandeling al mondeling uitspraak doen, en anders komt er een uitspraak binnen maximaal 4 weken.

Wilt u hier meer over weten of een zaak voor zo’n verkorte procedure bespreken, neem dan contact op met w.groustra@wintertaling.nl

Event GO!-NH – 8 mei 2019

Op woensdag 8 mei hosten wij wederom een bijeenkomst van GO!-NH. GO!-NH is een acceleratorprogramma van de Provincie Noord-Holland en Innomics. Het programma versnelt start-ups en innovatie teams van grote organisaties in een programma van drie maanden, van een idee tot een bedrijf dat klaar is om met innovatieve oplossingen de markt te bestormen. Hierbij krijgen ze trainingen, tools en professionele ondersteuning van experts waaronder Wintertaling.

Er zullen negen teams bij ons op bezoek komen. Ze starten ’s ochtends met een workshop die gegeven wordt door Tim Carapiet van Wintertaling en Rutger Kemper van Leapfunder. In de middag vinden er intakes plaats waar nog vier externe organisaties bij zullen aansluiten. De dag zal afgesloten worden met een borrel in onze bar.

Meer informatie: https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Economie_Werk/Projecten/GO_NH

Stem vandaag nog op Marlies van Schoonhoven-Sloot voor Lawyer of the year 2019

Marlies van Schoonhoven-Sloot advocaat huurrecht en partner bij Wintertaling, is door Magna Charta genomineerd voor de award ‘Lawyer of the Year 2019’ in de categorie huurrecht. Breng hier je stem uit. Stemmen is mogelijk t/m 3 mei 2019.

Marlies van Schoonhoven-Sloot is advocaat sinds 2002. Zij adviseert en procedeert in het vastgoed met de focus op huurrecht. Haar cliënten bestaan zowel uit de aanbieders van vastgoed als de gebruikers, zoals bijvoorbeeld beleggers en (internationale) retailers/kantoorgebruikers. Marlies is lid van de Vereniging van Huurrecht Advocaten en behoort tot de redactie van het Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte. Ook publiceert en doceert zij regelmatig over (actuele) onderwerpen in het huurrecht. Marlies is sinds 1 oktober 2017 als partner aan ons kantoor verbonden. Eerder werkte zij bij DLA Piper, Dentons-Boekel en Lexence.

 

Marlies van Schoonhoven-Sloot cover Huurrecht magazine

Marlies van Schoonhoven-Sloot staat deze maand op de cover van het Magna Charta Magazine Huurrecht Leading Lawyers. Eerder heeft ze al een belangrijke bijdrage geleverd aan het magazine. In twee verschillende video’s van het MC magazine bespreekt ze de opzegging huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik en de waarde van een bankgarantie bij failissement.

Lees hier het online magazine van deze maand.

Aanwinst Onno Cusell versterkt de sectie Corporate | M&A

Onno Cusell versterkt per 1 maart 2019 de sectie Corporate | M&A van Wintertaling advocaten en notarissen. De praktijk telt met zijn komst negen specialisten en bestaat onder andere uit het begeleiden bij (internationale) transacties, investeringen en aandeelhouderskwesties. Eerder was Cusell werkzaam als jurist Vennootschapsrecht bij Sterel c.s.

Zie hierbij zijn vermelding in het Advocatenblad, Advocatie en Mr.

 

Rechter boet niet aan gezag in als Staat Urgenda-eis niet haalt – opinie Edo Smid in de FD

Rechter boet niet aan gezag in als Staat Urgenda-eis niet haalt
Opinie Edo Smid in de FD

In het FD van 16 februari meent Edsard van der Werf dat de rechter in de Urgenda-zaak had moeten bijdragen aan voorkoming van een confrontatie tussen de rechter en de politiek. Zo’n confrontatie zou niet passen bij het uitgangspunt dat de verschillende staatsmachten elkaar op basis van gelijkwaardigheid in evenwicht moeten houden. De docent Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen stelt dat wanneer het onverhoopt ‘misloopt’ de rechter aan gezag zal inboeten. Die conclusie deel ik niet.

In Nederland is het stelsel van evenwicht tussen staatsmachten ten nadele van de burger ontwricht. De kwaliteit van wetgeving en rechtszekerheid gaat achteruit en is het niet mogelijk om via de rechter van de overheid af te dwingen dat onze wetgeving past in onze grondwet. Daar ontbeert Nederland een wezenlijk kenmerk van een rechtsstaat

Het aantal juristen in de Tweede Kamer is op een hand te tellen. De legitimiteit van de Eerste Kamer staat ter discussie. Adviezen van de Raad van State over nieuwe wetten worden door regering en de Tweede Kamer ter zijde gelegd of selectief gebruikt in een eigen welgevallige partijpolitieke context waarmee de Raad van State als hoeder van wetgevingskwaliteit wordt gemarginaliseerd.

Bij dat alles komt dat de Tweede Kamer leeft naar het ‘primaat van de politiek’ en de democratie eenzijdig lijkt te willen mennen waardoor ook miskenning van rechtstatelijke principes dreigt. Herman Tjeenk Willink, oud-president van de Raad van State, toont zich tevergeefs al enige jaren kritisch over het functioneren van de democratische rechtstaat.

Een overheid en wetgever die geen rechterlijke toets op falen dulden, zullen hun geloofwaardigheid en autoriteit verliezen. Het Groningse aardbevingsdossier is daarvan een schrijnend voorbeeld en als nieuwe loot volgt wellicht het doorduwen van verdere groei van Schiphol.

De Staat is tegen de uitspraak van het gerechtshof in de Urgenda-zaak in cassatie gegaan. De Hoge Raad zou juist moeten bevestigen dat burgers via collectieve acties op grond van onrechtmatige daad via de rechter kunnen opkomen tegen een falende overheid. Onze hoogste rechter zou de rechtsstaat daarmee kunnen voorzien van een direct evenwichtsinstrument in een tijd waarin het evenwicht tussen de staatsmachten sleets is.

Edo Smid, advocaat bij Wintertaling advocaten & notarissen, Amsterdam.

Lees hier het volledige artikel van Edo Smid in de FD.

 

Investment and Financing under Chinese New Normal

Investment and Financing under Chinese New Normal

After the Adoption of the Amendment of PRC Company Law in 2018

regarding repurchase of share capital in listed Chinese companies

By Hanren Xiao

 

On the 26th of October 2018 China has adopted a major amendment of its Company Law which is a remarkable symbol that the legislation of the Chinese capital market is gradually becoming mature.

The amendment is for the most part about share repurchase. Share repurchase refers to the situation that a company acquires the issued shares of itself – which is an internationally accepted way to accomplish merger and reorganization, optimize governance structure, and stabilize stock price. It is also the basic institutional arrangement for a company in the capital market.

Article 142 PRC Company Law is amended as follows:

“A company shall not purchase its own shares except under any of the following circumstances:

1. To decrease the registered capital of the company;

2. To merger another company holding shares of this company;

3. To use the shares for employee stock ownership plans or equity incentives;

4. It is requested by any shareholder to purchase his shares because this shareholder objects to the company’s resolution on merger or split-up made by the assembly of shareholders;

5. To use the shares for the conversion of corporate bonds issued by listed companies that can be converted into stocks;

6. For the necessity that listed companies maintain the company’s value and shareholder’s rights.

Where a company needs to purchase its own shares for any of the reasons as mentioned in Items (1), (2) of the preceding paragraph, it shall be subject to a resolution of the shareholder’s assembly. Where a company needs to purchase its own shares for any of the reasons as mentioned in Items (3), (5), (6) of the preceding paragraph, it could be subject to article of association or the authorization of shareholder’s assembly and decided by more than 2/3 of the directors present at the board meeting.

After the company purchases its own shares pursuant to the provisions of the preceding paragraph, it shall, under the circumstance as mentioned in Item (1), write them off within 10 days after the purchase; while under either circumstance as mentioned in Item (2) or (4), transfer them or write them off within 6 months; while under either circumstance as mentioned in Item(3), (5) or (6), the total number of shares of the company held by itself shall not exceed 10% of the total issued shares of the company and shall transfer them or write them off within 3 years.

A listed company that acquires shares of itself shall perform information disclosure obligations in accordance with the provisions of the PRC Security Law. The listed company shall conducted through open and centralized trading while acquiring shares of itself by under either circumstance as mentioned in Item (3), (5) or (6).

No company can accept any subject matter taking the stocks of this company as a pledge.”

The three main changes in article 142 are : First, it implements the conditions in which a share repurchase is permitted. Second, it simplifies the resolution process of share repurchase, raise the maximum amount of shares held by the company by itself and extend the period in which the company can hold the repurchased shares. Lastly, it adds regulatory rules for listed companies.

This amendment has further consolidated the basic capital market system, and is providing strong legal support for promoting the steady and strong development of the Chinese capital market. Consequences of this amendment is enormous. Firstly, it helps to improve the value of listed companies. Secondly, it helps improving the financial capital management system and further financial reform. Lastly, it is aiding the protection of rights and interests of most small and mid-size investors in China.

The China Securities Regulatory Commission (CSRC) expressed that they will take measures to strictly investigate and penalize the following illegal acts: insider trading by using share repurchase, manipulating the market, and illegal information disclosure.

Giving more possibilities on allowing the company to repurchase its shares could be more flexible to meet the practical requirements of stabilizing the stock price especially when the stock price is generally undervalued, or the price has undergone an irrational decreasing.

 

 

European Market is more attractive for Chinese investors: New rules on the review of foreign investment in the United States are in place

by Xuehan Yang

Background

After hitting a record high in 2016, China’s overseas M&A activity has entered a “pressure period”, which can be said to be squeezed by internal and external supervision. The first wave of pressure from the foreign investment since the end of 2016 domestic tightening regulation, the second wave of the pressure from the United States, since 2017, the U.S. national security review of foreign investment heavily regulated, strengthen the Foreign Investment Risk Review Modernization Act (FIRRMA) by the national security review subject departments namely Committee on foreign investment in the United States (CFIUS) in August this year.

On October 10th America’s Treasury, the arm of CFIUS, tightened the rules further by issuing provisional rules on FIRRMA’s pilot programme.

 

27 industries facing scrutiny over new U.S. regulations

The interim rules mainly involve two changes. One is to expand CFIUS’s jurisdiction to cover non-controlling and non-passive investments, such as those in key technology sectors, that are subdivided. Second, for the trade of key technologies in the industry covered by the pilot program, a simple and mandatory declaration procedure must be added. A declaration of no more than 5 pages of basic information about the transaction must be submitted 45 days before the expected completion date of the transaction. Failure to do so could result in fines of up to the value of the transaction.

According to information released by the U.S. Treasury Department, the pilot program covers 27 industries, including aircraft manufacturing, aircraft engine and parts manufacturing, computer storage equipment, radio, television and wireless communication equipment, as well as biotechnology research and development, semiconductor and related equipment manufacturing.

The pilot program is scheduled to start November 10. In a statement, the Treasury Department said CFIUS would take public opinion on the interim rules into account in formulating its final rules. CFIUS is also drafting detailed FIRRMA legislation that will be fully implemented in February 2020.

 

Chinese buyers are looking into new markets in northern and eastern Europe

Chinese investors have been looking to Europe and other unconventional markets for some time amid a tightening regulatory environment in the US.

Germany is a major destination for Chinese investment in the EU, however, the German government is considering further lowering the 25% reporting threshold for non-EU companies buying stakes in German companies to 15% this year, with a need to keep a close eye on key investments in defense, infrastructure and IT.

A similar national-security review framework for foreign investment is also in the pipeline in Britain, amid signs that more Chinese buyers are looking for targets in unconventional markets.

But markets like northern and eastern Europe may not yet have a similar framework. So this might be a good chance for more and more Chinese investors to invest in Netherlands, Finland or other European countries.

 

North Technology group neemt MBrands International over

North Technology group neemt MBrands International over

Vanaf 3 januari zullen MBrands B.V. (Mystic en Magic Marine) en North Technology Group (North Kiteboarding) samen verder gaan in een nieuwe dynamische onderneming genaamd North Actionsports Group.

“Voor een familiebedrijf als dat van ons is deze overname een hele bijzondere tijd. De belangrijkste drijfveer voor mij is altijd het geluk geweest dat ik samen met mijn kinderen aan mooie merken mocht werken.
Toch moet je in alsmaar groeiende bedrijven ook naar de toekomst durven kijken. De kans om samen te gaan werken met een van de beste partijen in de industrie was dus het overwegen waard.” (Max Blom Sr., MBrands International B.V.)

MBrands International is de eigenaar van de wereldwijde merkregistratierechten voor Mystic, Magic Marine en Maui Magic.

MBrands International werd mede bijgestaan door Marein Smits van Wintertaling advocaten en notarissen.

Persbericht: